Een teugeldrukmeting geeft interessante informatie

Iedereen heeft vroeger op de manege vast wel gehoord dat problemen met het rijden of het paard niet aan paard maar aan de ruiter liggen. Toch hoor ik regelmatig een ruiter of amazone de schuld leggen bij het paard. Vaak is het lastig om duidelijk te maken aan de ruiter of amazone dat hij of zij in veel gevallen de oorzaak is en de oplossing zou moeten kunnen bieden voor het probleem.

 

Objectieve meetgegevens kunnen helpen de oorzaak van het probleem te verhelderen. Met de teugeldrukmeter wordt gelijk duidelijk hoeveel druk de ruiter op de teugels heeft en of de druk op de linker en rechter teugel gelijk is.

Als ruiter kan een teugeldrukmeting interessant zijn om te zien of je inderdaad de weinige druk gebruikt die je denkt te gebruiken. Je kunt met de informatie werken aan je houding en balans. Zo kan het rechterop en beter in balans zitten leiden tot een halvering in de basisdruk. Een teugeldrukmeting kan je dus helpen bewuster te worden van je houding, de druk die je gebruikt en de verbinding die je met de paardenmond hebt. Een onafhankelijke houding en zit zijn van belang voor een rustige ruiterhand en een constant contact met de mond van het paard. De basisdruk die een ruiter in de hand heeft is een maat voor de aanleuning. Uit onderzoek is gebleken dat de teugeldruk bij beginnende ruiters bijna 0 is, dit komt doordat zij vaak met losse teugels rijden om het paard niet te hinderen. De druk tijdens het basiscontact van gevorderde ruiters is hoger en geeft de mate van aanleuning weer. Hoe meer ervaren een combinatie is, hoe beter de aanleuning en hoe lichter de constante verbinding is tussen ruiterhand en paardenmond. De mate van africhting is een belangrijke factor in de hoogte van de teugeldruk. Paarden die zich verder in de africhting bevinden, zijn beter in staat zichzelf te dragen en zoeken de ruiterhand minder op. Dit leidt daardoor tot een lagere basisdruk op de teugels. Verder is de zit van de ruiter van belang. Een ruiter met een onafhankelijke zit heeft minder druk op de teugels.  

 

De teugeldruk kan naast een indicatie voor de zit van de ruiter ook een indicatie zijn voor problemen in de rug en hals van het paard. Wanneer het paard bijvoorbeeld te opgericht wordt gereden, gaat dit gepaard met het hol maken van de rug. Dit leidt tot een continue overstrekking van de onderrug en daardoor tot het minder ver kunnen ondertreden met de achterbenen. Ook neemt de beweeglijkheid in de rug af. Ook bij rugpijn of pijn in de hals is een mindere mate van verzamelen een gevolg. Dit kan zichtbaar zijn in de teugeldruk, bijvoorbeeld doordat het paard achter de hand gaat lopen en er onvoldoende basisdruk is, of juist zwaar op de hand worden waardoor er flinke pieken in de teugeldruk kunnen ontstaan.

 

Ook de scheefheid van een paard kan zichtbaar zijn in de teugeldruk. Meestal is er meer aanleuning op de buitenteugel. Een linksgebogen paard geeft meestal meer druk op de rechterteugel, een rechtsgebogen paard op de linkerteugel. Wanneer we dit aantreffen, is het aan de ruiter om het paard recht te richten. Meestal ligt de oorzaak van scheefheid bij de ruiter. Zo is bijvoorbeeld de fijne motoriek bij veel mensen in de rechterhand beter doordat zij rechtshandig zijn. De linker hand is grover in de motoriek. Dit kan leiden tot meer druk op de linker teugel, waardoor paarden hierop gaan leunen en zo scheef worden. De ontstane scheefheid kan leiden tot kreupelheden.

 

De scheefheid kan echter ook ontstaan zijn door een eenzijdige belasting als gevolg van kreupelheden, dan komt de oorzaak vanuit het paard. De eenzijdige belasting leidt dan tot een ongelijke teugeldruk waarbij de teugel aan de kant van het gezonde been meer druk heeft.